Ontslag op staande voet wegens verkopen van werkgevers eigendommen - Bernhaege Advocaten

Ontslag op staande voet vanwege het aanbieden spullen werkgever op Marktplaats

In mijn praktijk maak ik dingen mee, die u zich als redelijk denkend mens niet kunt voorstellen, dat ze in de praktijk gebeuren. Wat was er in dit geval van ontslag op staande voet gebeurd?

Het gaat in deze zaak om het volgende.
Werknemer is sinds 1 april 2002 in dienst van Ambulance organisatie. Hij was werkzaam in de functie van monteur in de ambulancewerkplaats. Het bruto salaris bedroeg € 2.496,60 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag. Werkgever heeft op 24 september 2014 een overeenkomst met X gesloten uit hoofde waarvan zij gebruikte ambulances aan X heeft verkocht. Eind 2014, begin 2015 is werknemer een aantal malen niet op zijn werk verschenen. In ieder geval een keer was dat omdat hij in voorlopige hechtenis zat in verband met de verdenking van bedreiging van zijn echtgenote, A, met wie hij in een echtscheidingsprocedure was verwikkeld.

In de loop van 2015 is werknemer te werk gesteld bij een ander onderdeel van werkgever, het facilitair bedrijf. Begin mei 2015 heeft een neef van de echtgenote van werknemer zich gewend tot de leidinggevende van werknemer, en deze verteld dat zaken van werkgever, waaronder wervelplanken (gebruikt om patiënten op straat te mobiliseren) in de schuur van de echtelijke woning van werknemer lagen. Naar aanleiding daarvan heeft de leidinggevende aan werknemer gevraagd of hij eigendommen van werkgever in zijn bezit had. Hierop heeft werknemer ontkennend geantwoord.

Advertenties op Marktplaats

Sinds 1 juni 2015 woont werknemer niet meer in de echtelijke woning in Amsterdam, maar in Amstelveen. Op enig moment in de week van 1 juli 2015 is werknemer op verzoek van zijn leidinggevende bij het facilitair bedrijf werkzaam geweest in de ambulancewerkplaats. Op 1 juli 2015 is op Marktplaats een advertentie geplaatst waarin een “Victron phoenix compact multi 800-12-35” (hierna: Victron) wordt aangeboden. Een Victron is een spanningsomvormer. De advertentie vermeldt het mobiele nummer van werknemer en woonplaats. Als beschrijving is opgenomen: “(..) ongeveer 5 jaar. Voor uitbouw getest en 100% in orde”. Uit de door werkgever overgelegde advertentie blijkt dat tussen 3 juli 2015 en 7 juli 2015 bedragen zijn geboden oplopend van € 150,- tot € 220,-. Op 6 juli 2015 heeft de werkgever twee ambulances geleverd aan koper. Op 7 juli 2015 heeft de koper werkgever meegedeeld dat in beide ambulances de Victrons ontbraken. Op een filmopname die met een mobiele telefoon is gemaakt in de schuur van de echtelijke woning van werknemer, is onder meer een bouwlamp te zien die eigendom is van werkgever. Tijdens een op 7 juli 2015 gevoerd gesprek heeft werkgever werknemer op staande voet ontslagen.

Verzoek om teruggave eigendommen

Op 8 juli 2015 hebben de leidinggevende van werknemer en een collega de echtgenote van werknemer bezocht en aldaar de schuur geïnspecteerd. Daarin hebben zij een bouwlamp en een ventilator van werkgever aangetroffen, alsmede zestig liter motorolie en vijftig liter ruitenwisservloeistof. Op een van de flacons met ruitenwisservloeistof was een vrachtbrief van werkgever bevestigd.
De brief van 9 juli 2015, waarin werkgever het ontslag op staande voet aan werknemer heeft bevestigd, vermeldt – samengevat – als grond dat werknemer zonder toestemming twee Victrons uit ambulances van werkgever heeft gehaald, dat hij een Victron te koop heeft aangeboden op Marktplaats en dat zich in zijn schuur eigendommen van werkgever bevonden, waaronder een bouwlamp en een ventilator. In de brief heeft werkgever werknemer verzocht om teruggave van haar eigendommen, waaronder de Victrons. Bij e-mail van zijn voornoemde raadsman van 16 juli 2015 heeft werknemer de nietigheid van het ontslag ingeroepen, meegedeeld dat hij zich beschikbaar hield voor de overeengekomen arbeid en aanspraak gemaakt op doorbetaling van loon. Werkgever heeft hierop bij e-mail van 23 juli 2015 afwijzend gereageerd en aanspraak gemaakt op vergoeding van twee Victons en enkele andere in haar e-mail omschreven zaken.

Verklaringen van de echtgenote

Op 27 augustus 2015 heeft de echtgenote een e-mail gestuurd aan de werkgever waarin zij onder meer schreef:
“Met deze verklaring geef ik aan dat de heer…. , mijn nu nog echtgenoot, aan mij gevraagd heeft de victrons op marktplaats te zetten. Tevens wil ik u meedelen dat de heer…. mij in ons huwelijk ook diverse malen heeft geslagen. Ik heb dan ook hiervan 2 keer aangifte gedaan. Dit komt mede door zijn cocaïne en alcohol verslaving. Als het goed is moet hij er nu vanaf zijn. Althans dat beweert hij. (..) Ik heb u toestemming gegeven om in mijn schuur te kijken.”.

Daarna heeft de echtgenote op 1 oktober 2015 een verklaring ondertekend waarin onder meer staat:
“Dat mijn schriftelijke verklaring, via e-mail, aan werkgever, d.d. 27 augustus 2015 over de Victron op Marktplaats.nl niet conform de waarheid is. De advertentie op marktplaats.nl m.b.t. de Victron is zonder medeweten van werknemer door mij geplaatst. Mijn bedoeling was om werknemer, als wraak, in een kwaad daglicht te stellen bij zijn werkgever. Dat op uitdrukkelijk verzoek van werkgever ik toestemming heb gegeven aan de heren [B] en [C] , om de schuur van werknemer te mogen betreden en de als door hen aangeduide eigendommen van werkgever mee te laten nemen. (..)“.

Verzoeken en tegenverzoeken

Werknemer heeft de kantonrechter verzocht het door werkgever gegeven ontslag te vernietigen met bevel aan werkgever hem met onmiddellijke ingang tot zijn werkzaamheden toe te laten en werkgever te veroordelen vanaf juli 2015 het gebruikelijke salaris te betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging. Werkgever heeft een tegenverzoek ingediend ertoe strekkende dat werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding ten bedrage van € 2.904,30, vermeerderd met wettelijke rente. Voor het geval de kantonrechter het ontslag vernietigt, heeft werkgever verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft de verzoeken van werknemer afgewezen, die van werkgever toegewezen en bepaald dat partijen hun eigen kosten dragen.

Werknemer in hoger beroep

Werknemer gaat in hoger beroep, en stelt dat de kantonrechter bij de waardering van de feiten onvoldoende acht heeft geslagen op wat werknemer noemt de ‘losse gezagsverhoudingen’ binnen de werkplaats van werkgever. De toelichting spreekt over vrijheden die de werknemers in de werkplaats zich in dat kader konden veroorloven. Wat daarvan zij, tot die vrijheden behoorde in elk geval niet het zonder meer meenemen van Victrons. Werknemer stelt in dit verband immers dat verschillende werknemers in het verleden met instemming van werkplaatschefs Victrons hebben kunnen meenemen. In het onderhavige geval staat vast dat werknemer geen toestemming heeft gekregen. Werknemer heeft ook geen feiten gesteld waaruit hij heeft mogen afleiden dat hij de Victrons ook zonder goedvinden van werkgever mocht meenemen.

Onvoldoende verweer

Werknemer klaagt ook, dat de kantonrechter voor zijn oordeel doorslaggevend heeft geacht dat de ambulances niet zouden worden gesloopt. Volgens werknemer was de bestemming niet relevant, maar gaat het erom dat de ambulances dienden te worden ontmanteld. Werkgever heeft de koopovereenkomst overgelegd en gesteld dat daaruit blijkt dat de ambulances met Victron en al zijn verkocht. Daarbij heeft zij aangevoerd dat de koper er belang bij had dat de apparatuur werd meegeleverd omdat deze ook bij gebruik van de auto’s anders dan als ambulance van nut is. Dat het de bedoeling was dat de Victrons werden meegeleverd, wordt onderstreept door het feit dat de koper terstond na aflevering heeft gereclameerd over het ontbreken daarvan. Werknemer heeft dit alles onvoldoende weersproken. Daarom moet als vaststaand worden aangenomen dat het niet de bedoeling was dat de Victrons werden uitgebouwd. Werkgever heeft bij verweerschrift in hoger beroep gesteld dat, anders dan werknemer heeft betoogd, op het planbord niet stond dat de ambulances moesten worden ontmanteld. Werknemer is hierop bij de mondelinge behandeling niet meer teruggekomen. Werknemer heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat hij desondanks heeft mogen aannemen dat de Victrons moesten worden verwijderd.

Geen inmenging van de echtgenote

Verder komt werknemer op tegen de overweging van de kantonrechter dat het niet aannemelijk is dat de echtgenote van werknemer genoemde advertentie op Marktplaats heeft gezet. Naar het oordeel van het hof had het op de weg van werknemer gelegen om een deugdelijke verklaring ervoor te geven hoe zijn echtgenote ten aanzien van wie hij niet heeft gesteld dat zij verstand heeft van Victrons, zelfstandig de tekst van de advertentie zou hebben kunnen opstellen. Bovendien heeft werkgever bij de mondelinge behandeling in hoger beroep onbestreden gesteld dat zij bij toeval op de advertentie is gestuit en dat zij daarop voorafgaande aan het ontslag niet is geattendeerd. Dat maakt de stelling van werknemer dat zijn echtgenote uit wraakgevoelens de advertentie heeft geplaatst met het doel hem in een kwaad daglicht te stellen des te onwaarschijnlijker. Het hof onderschrijft het oordeel van de kantonrechter.

De slotsom is dat de grieven in het hoger beroep falen. Het ontslag op staande voet blijft, ook m.i. terecht in stand. Bezint eer ge begint!

Wilt u de volledige uitspraak nog eens lezen? Dat kan hier.