Gesprek over herplaatsingsplicht van de werkgever en de daaraan gekoppelde scholingsverplichting - Bernhaege Advocaten

Herplaatsingsverplichting werkgever en gekoppelde scholingsverplichting

Op 18 maart 2016 oordeelde de Kantonrechter te Utrecht over de reikwijdte van de herplaatsingsverplichting van een werkgever.
Kort gezegd, komt het erop neer, dat een werkgever moet inschatten of binnen de redelijke termijn (lees opzegtermijn) functies vacant zijn of komen. Scholing is gekoppeld aan de mogelijkheid tot herplaatsing; indien geen herplaatsing mogelijk is, hoeft ook geen scholing plaats te vinden. Lees verder over de zaak van een werkneemster bij Voetbal International die te maken kreeg met de herplaatsingsverplichting werkgever.

“Gelet op artikel 9 lid 1 onderdeel a Ontslagregeling en artikel 10 Ontslagregeling (en art. 7:672 lid 2 BW) diende Voetbal International ten tijde van haar verzoek bij het UWV om toestemming de arbeidsovereenkomst op te zeggen (in dit geval rond eind augustus 2015) een inschatting te maken van de mogelijkheden tot herplaatsing van werkneemster. De vraag of die inschatting juist is geweest moet ex tunc worden beoordeeld aan de hand van de vacatures die bij Voetbal International bestonden of binnen een redelijke termijn zouden ontstaan. Deze redelijke termijn loopt in dit geval van 2 oktober 2015 (beslissing UWV) tot 2 december 2015 (de onweersproken opzegtermijn van twee maanden). Werkneemster heeft de door Voetbal International gegeven toelichting dat de door werkneemster genoemde vacatures – hoewel gepubliceerd in de redelijke termijn – pas zijn ontstaan buiten de redelijke termijn niet, althans niet gemotiveerd, weersproken. Deze functies zijn dan ook niet relevant bij de beoordeling van de vraag of herplaatsing van werkneemster mogelijk was. De kantonrechter acht de door Voetbal International ter zake gegeven uitleg dat de functie in de redelijke termijn daadwerkelijk vacant moet zijn, niet onredelijk. Deze uitleg past in de bedoeling van de wetgever dat de werkgever vooraf een inschatting maakt van de mogelijkheden tot herplaatsing binnen de bedoelde redelijke termijn. Nu (nog) geen sprake was van vacante functies gedurende de redelijke termijn was daadwerkelijke herplaatsing van werkneemster dus niet mogelijk. Er bestond ook geen verplichting voor Voetbal International om werkneemster te scholen. Voor de invulling van de zinsnede ‘voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd’ in artikel 7:611a BW moet aansluiting worden gezocht bij het bepaalde in artikel 7:669 lid 1 BW en de in dit verband gegeven toelichting op artikel 9 van de Ontslagregeling. Uit de toelichting volgt dat de optie scholing is gekoppeld aan het eventuele bestaan van een mogelijkheid tot herplaatsing. In het onderhavige geval is niet aangetoond dat herplaatsing in een passende functie mogelijk is. Er is sprake van een redelijke grond en herplaatsing was niet binnen een redelijke termijn mogelijk, zodat de verzoeken van werkneemster worden afgewezen.”

Klik hier voor de volledige uitspraak
over deze zaak van herplaatsingsverplichting werkgever.