Aansprakelijkheid van een werkgever bij een bedrijfsongeval onder werktijd - Bernhaege Advocaten

Wanneer geldt werkgeversaansprakelijkheid?

Uitgangspunt bij werkgeversaansprakelijkheid (toepassing van artikel 7:658 BW) is dat de werknemer die zijn werkgever (op grond van lid 2 van die bepaling) aanspreekt, dient te stellen (en bij gemotiveerde betwisting dient te bewijzen) dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden en dat een oorzakelijk verband bestaat tussen de schade en de uitoefening van de werkzaamheden waarin de schade gesteld wordt te zijn geleden.

Arbeidsongeval: van de laadklep gevallen

In 2014 kwam er voor een cliënt van ons kantoor eindelijk duidelijkheid over de vraag of zijn werkgever aansprakelijk was voor de gevolgen van een arbeidsongeval, dat zich onder werktijd had voorgedaan. Tussen partijen stond vast dat werknemer op 15 april 2009 bij het lossen van de vrachtwagen van de laadklep was gevallen. De omstandigheid dat partijen twisten over de oorzaak van die val, deed daaraan volgens het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch niet af. Dit omdat volgens vaste rechtspraak van werknemer niet kan worden verlangd dat hij stelt en bewijst wat de precieze toedracht is geweest van het ongeval (vgl. o.m. HR 10 december 1999, LJN AA3837 Fransen/Pasteurziekenhuis).

Verweer dat het een alledaags ongeval was

Alvorens de maatregelen te bespreken die werkgever Dekro had gesteld te hebben genomen in het kader van haar zorgplicht, ging het hof eerst in op het verweer van Dekro dat het hier gaat om een ‘alledaags’ ongeval waartegen artikel 7:658 BW geen bescherming beoogt te bieden. Dekro heeft in dit verband verwezen naar HR 4 oktober 2002 (LJN AE4090 Laudy/Fair Play) en HR 2 maart 2007 (LJN AZ5834 Perez/Casa Grande).

Dit verweer faalt volgens het Hof. Bij de door Dekro genoemde jurisprudentie gaat het om alledaagse activiteiten die zich ook in de thuissituatie kunnen voordoen. In dit geval gaat het weliswaar om een alledaags ongeval (een val), maar niet om een alledaagse activiteit. Het ongeval heeft immers plaatsgevonden bij het afleveren van goederen die met een laadklep uit een vrachtwagen moesten worden gehaald. Het gaat erom dat de werkzaamheden die [werknemer] moest verrichten naar hun aard een verhoogd risico meebrachten. Het betrof immers werken op een zekere hoogte op een beweegbaar platform, hetgeen risico geeft op een val.

Veiligheidseisen werk

Het hof stelt voorop dat Dekro zorg dient te dragen voor een hoog veiligheidsniveau van onder andere de betrokken arbeidsmiddelen en de organisatie van de betrokken werkzaamheden. Voor wat betreft de door [werknemer] gebruikte arbeidsmiddelen is van belang dat daaraan diverse eisen worden gesteld op grond van hetgeen is bepaald in hoofdstuk 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, en meer specifiek voor wat betreft hijs- en hefwerktuigen (artikel 7:18 e.v.).

Bewijslevering van werkgever

Dekro heeft aangevoerd dat werknemer door haar directeur, de bedrijfsleider en diverse anderen er diverse keren op is gewezen dat hij rustig moest doen en niet zo lomp met de bedrijfsmiddelen van Dekro om moest gaan. Werknemer heeft dat ontkend. Dekro heeft bewijs aangeboden.

In het kader van de ervaringsregel dat het dagelijks verkeren in een bepaalde situatie leidt tot een vermindering van de benodigde oplettendheid, dient van Dekro te worden verlangd dat zij niet éénmalig een instructie geeft maar ook toeziet op naleving daarvan. Het hof zal Dekro conform haar bewijsaanbod toelaten tot bewijslevering.

Instructieplicht

Na bewijslevering overweegt het Hof: In het kader van de ervaringsregel dat het dagelijks verkeren in een bepaalde situatie leidt tot een vermindering van de benodigde oplettendheid, dient de werkgever niet eenmalig een instructie te geven, maar ook toe te zien op de naleving daarvan. Deze instructieplicht is onderdeel van de artikel 7:658 lid 1 BW bedoelde zorgplicht van de werkgever. Het hof is van oordeel dat deze instructieplicht ook ziet op het regelmatig waarschuwen van een werknemer tegen lomp gedrag, indien die werknemer dergelijk gedrag regelmatig vertoont en dat gedrag tot ongevallen of tot gevaarlijke situaties kan leiden.

Zoals uit het tussenarrest van 28 mei 2013 blijkt, is het hof dus van oordeel dat Dekro, gelet op de hiervoor uiteengezette instructieplicht van de werkgever, werknemer diende te waarschuwen om rustig te doen en niet lomp met de bedrijfsmiddelen om te gaan. Dekro is niet geslaagd in de bewijslevering. Dat heeft tot gevolg dat Dekro niet geslaagd moet worden geacht in het bewijs dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Dekro aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 lid 2 BW.

Lees de volledige uitspraken over de zaak wat betreft arbeidsongeval aansprakelijkheid werkgever hier en hier.