vrouw houdt hand uit om geld te ontvangen van man in verband met het vergoedingsrecht bij een echtscheiding

Deze blog gaat over het vergoedingsrecht en met name over een aantal belangrijke uitspraken hierover. Op 5 april 2019 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over een vraag die zich vaak voordoet bij echtscheidingszaken. In dit geval waren de echtgenoten gehuwd in gemeenschap van goederen. Aan de vrouw was een bedrag geschonken onder toepassing van een uitsluitingsclausule. In beginsel valt daarmee het bedrag onder het privévermogen van de vrouw.

Het bedrag was gestort op de gemeenschappelijke bankrekening van de echtgenoten. Vervolgens was het uitgegeven aan diverse bestedingen waaronder de huishouding en consumptieve uitgaven. De vraag deed zich voor of de vrouw in het zicht van de echtscheiding recht had op teruggave van dit geldbedrag.

Verlossend antwoord op veelgestelde vraag in echtscheidingszaken

Eerder hadden diverse Gerechtshoven in Nederland op verschillende wijze hierover geoordeeld. Daardoor bleef het antwoord op deze vraag onduidelijk. De Hoge Raad gaf op 5 april het verlossende woord. Er werd geoordeeld dat wanneer privévermogen is geïnvesteerd in het vermogen van de andere echtgenoot of in het gezamenlijk vermogen, dat privévermogen in beginsel dient te worden terugbetaald. Dat geldt niet indien uit het gemeenschapsvermogen privéschulden van die betreffende echtgenoot zijn voldaan. Daarnaast geldt het ook niet indien uitdrukkelijk of stilzwijgend is afgesproken dat bepaalde uitgaven geen aanspraak op vergoeding geven (en dus afstand van dit recht is gedaan).

In deze uitspraak was sprake van privévermogen door een schenking die door toepassing van een uitsluitingsclausule niet tot het gemeenschappelijk vermogen ging behoren. In dat geval geldt als bewijsvermoeden dat het ingebrachte bedrag aan de betreffende echtgenoot dient te worden vergoed.

Uitspraak over vergoedingsrecht bij ontslagvergoeding

Recent heeft ons kantoor een soortgelijke casus behandeld. Een verschil was dat betoogd werd dat de door de man ontvangen ontslagvergoeding (grotendeels) privévermogen betrof. Dit was onder andere geïnvesteerd in de gemeenschappelijke woning van partijen. Betoogd werd dat de man daarom een vergoedingsrecht had ter grootte van het ingebrachte bedrag jegens de huwelijksgemeenschap.

De rechtbank Oost-Brabant heeft hierover op 8 juli 2019 beslist. Nadat de rechtbank vaststelt dat de verkregen ontslagvergoeding aan de man is verknocht, stelt de rechtbank vast dat een bedrag van € 4.300,20 in de huwelijksgemeenschap valt en voor verdeling bij helfte in aanmerking komt en dat aan de man een bedrag van € 115.030,59 toekomt.

Onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 5 april 2019 oordeelt de rechtbank dat ook in dit geval het daarin geformuleerde bewijsvermoeden ten gunste van de man geldt. Verder wordt geoordeeld dat nu de uitgaven in kwestie betrekking hebben gehad op gemeenschapsschulden dit meebrengt dat de man een vergoedingsrecht heeft jegens de gemeenschap. De rechtbank oordeelt dan ook dat het vergoedingsrecht van de man jegens de huwelijksgemeenschap € 115.030,59 bedraagt.

De conclusie luidt dus dat het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt ook geldt indien privévermogen op andere wijze tot het privévermogen is gaan behoren dan door middel van de toepasselijkheid van een uitsluitingsclausule. In dit geval bij een ontslagvergoeding die op bijzondere wijze aan de man verknocht werd geacht. U kunt de volledige uitspraak hier lezen.

Meer informatie?

Wilt u meer informatie over het vergoedingsrecht of weten of u ergens recht op heeft? U kunt vrijblijvend contact opnemen met ons. U kunt mailen naar info@bernhaege.nl of bellen naar een van onze kantoren. U bereikt het kantoor in Veghel op t. 0413 – 35 22 11 of die in Oss op t. 0412-76 02 27. Onze familierechtadvocaten staan u graag te woord.