Billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever - Bernhaege Advocaten

Op 1 september 2015 heeft de Kantonrechter in Den Bosch de eerste uitspraak gedaan, waarin de werkgever ‘ernstig verwijtbaar’ heeft gehandeld. Hierbij is aan de werknemer een billijke vergoeding toegekend die even groot is als de transitievergoeding (en naast de transitievergoeding). Het gaat hier om een billijke vergoeding wegens verwijtbaar handelen werkgever.

Wat was de situatie?

Werknemer was sinds 1997 als vrachtwagenchauffeur in dienst. Na een overgang van onderneming is hij in dienst gekomen van werkgeefster. Op 3 maart 2015 is aan de werknemer kenbaar gemaakt, dat sprake is van een overname en dat geen gebruik meer gemaakt zal worden van de diensten van werknemer. Vanaf 3 maart 2015 heeft werknemer geen loon meer ontvangen (ook niet na veroordeling hiertoe in kort geding). Werkgeefster is een lege BV zonder liquide middelen en zonder activiteiten. Werkgeefster heeft haar personeel en activiteiten, met uitzondering van werknemer, in een andere BV geplaatst. Werknemer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een billijke vergoeding ex artikel 7:671c lid 2 sub b BW. Dit omdat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster. Die billijke vergoeding zou volgens werknemer minimaal € 75.000 moeten bedragen.

Gevolgen voor de werknemer

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer is als enige werknemer in een inactieve en ‘lege’ BV achtergebleven. Hij krijgt al sinds maart 2015 zijn salaris niet meer. Daarnaast valt niet te verwachten dat hij na zijn herstel nog werkzaamheden voor de inactieve werkgeefster zal kunnen verrichten. Dat maakt dat de arbeidsovereenkomst geen zin meer heeft. Omdat de gevolgen voor werknemer, op het financiële vlak en met betrekking tot zijn gezondheid, zeer ernstig zijn, dient de arbeidsovereenkomst dadelijk te eindigen. De arbeidsovereenkomst wordt dan ook zo snel mogelijk, per 8 september 2015, ontbonden.

Recht op vergoedingen

Op grond van artikel 7:673 BW heeft werknemer recht op een transitievergoeding van € 30.654,05 bruto. Daarnaast wordt ook een billijke vergoeding ex artikel 7:671c lid 2 aanhef en onderdeel b BW toegekend.  In dit geval is dus sprake van een vergoeding wegens verwijtbaar handelen werkgever. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever zich slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zal voordoen. Daarvan is in dit geval sprake. Door werknemer in een lege BV te plaatsen en maandenlang geen salaris te betalen, zelfs niet nadat zij daartoe in kort geding veroordeeld is, heeft werkgeefster haar verplichtingen grovelijk verwaarloosd. Voorts heeft zij werknemer daardoor in een onhoudbare situatie geplaatst.

Hoogte van de billijke vergoeding

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de hoogte van de billijke vergoeding – naar haar aard – in relatie moet staan tot het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De hoogte van de billijke vergoeding moet daarom worden bepaald op een wijze die en op een niveau dat aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. Dit alles in aanmerking genomen, overweegt de kantonrechter dat de handelwijze van werkgeefster en haar rechtsvoorganger jegens werknemer zodanig laakbaar is dat er grond is voor een verdubbeling van de aan werknemer toekomende vergoeding, in die zin dat aan billijke vergoeding een bedrag wordt toegekend gelijk aan dat van de transitievergoeding, zijnde € 30.654,05 bruto.