Zogenoemde “ongeoorloofde mededinging” omvat alle handelingen die strekken tot het bevorderen en vergroten van afzet en winst door een onderneming die in het “normale handelsverkeer” ontoelaatbaar moet worden geacht.

Onder ongeoorloofde mededinging in de ruime zin van het woord, valt dan ook inbreuk op rechten van Intellectuele Eigendom, waaronder in ieder geval:

Maar het komt nog wel eens voor dat de handelingen geen inbreuk maken op de genoemde rechten van Intellectuele eigendom. Er kan dan toch sprake zijn van “parasiteren” dat ongeoorloofd is: aanhaken, aanleunen, profiteren of nabootsen. Het profiteren van producten, inspanningen, kennis of inzicht van een ander – zonder dat dit dus in strijd is met een recht van Intellectuele eigendom – is op zichzelf niet onrechtmatig. Ook niet als het “parasiteren” wel nadeel aan een ander toebrengt. Alleen het scheppen van verwarring is namelijk niet onrechtmatig. Pas als het scheppen van verwarring “nodeloos” gebeurt, dan is er sprake van onrechtmatig handelen wegens “ongeoorloofde mededinging”.

Slaafse Nabootsing in de praktijk

De meest voorkomende vorm van de genoemde ongeoorloofde mededinging bestaat uit de navolging van (het uiterlijk van) producten die ook wel slaafse nabootsing wordt genoemd. Ook indien de auteursrechten en modelrechten zijn verlopen, er geen modelrechten zijn aangevraagd of er op die rechten geen inbreuk wordt gemaakt, zou het kunnen zijn dat er toch nog sprake is van slaafse nabootsing en dus onrechtmatig handelen. Dit rechtsgebied is gevormd door een aantal gerechtelijke uitspraken.

Daarin is bepaald dat het niet verboden is “om te dien einde, ten eigen voordele en mogelijk tot nadeel van een concurrent, van in diens producten geopenbaarde resultaten van inspanning, inzicht op kennis gebruik te maken, zelfs wanneer enkel ten gevolge van dat gebruikmaken tussen het eigen product en dat van de concurrent bij het publiek verwarring mocht kunnen ontstaan. Het nabootsen is alleen dan ongeoorloofd, indien men zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid afbreuk te doen op bepaalde punten evengoed een andere weg had kunnen inslaan en men door dit na te laten verwarring sticht.”?p>

Daarbij moet degene die de bescherming inroept dus wel bewijzen dat de nabootsende concurrent die andere weg had kunnen inslaan. Daarnaast is het van belang dat het object van de eiser zogenoemd “onderscheidend vermogen” bezit. Het product moet zich uiterlijk van de andere in de handel zijnde modellen aanmerkelijk onderscheiden of een eigen plaats in de markt hebben.

Zo kan het voorkomen dat er geen inbreuk wordt gemaakt op rechten van Intellectuele eigendom, maar dat de verhandeling van een product toch wordt verboden wegens slaafse nabootsing.

Juridische hulp bij Slaafse Nabootsing

Indien wij voor een van onze relaties een partij op inbeuk met betrekking tot producten aanspreken, is dit altijd een “vangnet” dat wordt meegnomen voor het geval de overige rechten of inbreuk daarop wordt afgewezen. Ook op dit gebied beschikken wij over een zeer ruime ervaring. Zowel in de fase waarin een regeling wordt onderhandeld als procedures waarin slaafse nabootsing aan bod komt. Heeft u vragen over slaafse nabootsing of over IE zaken, neem dan contact met ons op.