Naast de iets meer bekendere rechten, zoals het auteursrecht en merkrecht, bestaat ook het zogenoemde tekeningen- en modellenrecht, ook wel afgekort tot “modellenrecht”.

Het gaat daarbij niet om rechten die fotomodellen zouden hebben, maar om “de verschijningsvorm van een voortbrengsel of een deel ervan, die wordt afgeleid uit de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur en/of de materialen van het voortbrengsel zelf en/of de versiering ervan.” Daarbij moet worden gedacht aan zowel 2 als voornamelijk 3 dimensionale modellen.

modellenrecht

Voortbrengsel in het modellenrecht

Een voortbrengsel wordt in het modellenrecht gedefinieerd als “elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp, met inbegrip van onder meer onderdelen die zijn bestemd om tot een samengesteld voortbrengsel te worden samengevoegd, verpakkingen, uitvoering, grafische symbolen en typografische lettertypen, doch niet computerprogramma’s.” Het modellenrecht is dus veel breder dan u in eerste instantie wellicht zou denken. Ik ben zelf in mijn praktijk al veel “design” producten (waaronder veel meubels), maar o.a. ook plastic huishoudcontainers, hartvormige warmwaterkruiken en andere gebruiksartikelen tegen gekomen. Maar de zaak die mij inspireerde hierover te schrijven, gaat over een chocoladekoekje.

Nieuwheid en eigen karakter

Om voor modelbescherming in aanmerking te komen, moet de genoemde “verschijningsvorm” aan de beschermingsvoorwaarden voldoen. Een model moet namelijk nieuw zijn (dat betekent dat er geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld) en een eigen karakter bezitten (dat betekent dat de algemene indruk die het model bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die reeds voor het publiek beschikbaar zijn gesteld).

Registratie

De beoordeling of een model aan die beschermingsvoorwaarden voldoet, is lastig. Het modellenrecht wordt daarbij voor de praktijk nog wat lastiger, omdat die beoordeling niet bij de officiële registratie daarvan plaatsvindt. Er wordt op dat moment niet gekeken of de modelaanvraag voldoet aan de vereiste nieuwheid en het eigen karakter. Pas als een derde daarom verzoekt (als verweer in een inbreukprocedure of in een zogenoemde nietigheidsactie bij het betreffende officiële Bureau) zal die beoordeling plaatsvinden. Hierdoor kan het dus voorkomen dat een partij wordt aangesproken wegens vermeende inbreuk op een geregistreerd model, terwijl dat modellenrecht niet aan de beschermingsvoorwaarden voldoet en er dus geen recht is waarop inbreuk op kan worden gemaakt. Maar dat moet die partij dan wel zelf als verweer voeren of in een procedure om het modellenrecht “onderuit” te halen. En deugdelijk kunnen onderbouwen!

Nietigheidsprocedure

Dat overkwam de Nederlandse Banketbakkerij Merba. Zij werd vermoedelijk aangesproken wegens inbreuk op een geregistreerd EU model van de Franse partij Biscuits Poult met de volgende afbeelding:

chocoladekoekje

Maar volgens Merba voldeed dat modellenrecht niet aan de vereisten: het model zou niet nieuw zijn en geen eigen karakter hebben. Hoewel het geregistreerde model in eerste instantie bij beslissing van de nietigheidsafdeling in stand bleef, werd het geregistreerde model bij beslissing van 2 augustus 2012 nietig verklaard “wegens het ontbreken van eigen karakter”. De kamer van beroep beoordeelde namelijk dat “de over de volle lengte ervan verdeelde vulling binnenin het koekje niet in aanmerking kon worden genomen voor de beoordeling van het eigen karakter”, de verschijningsvorm overeenstemde met die van oudere modellen en het koekje “bij de geïnformeerde gebruiker die dat type koekjes geregeld aanbiedt of eet geen andere algemene indruk wekt”.

Hogere voorziening

Biscuits Poult liet het daar niet bij zitten en verzocht het Gerecht EU deze beslissing te vernietigen of “minstens te herzien”. Een dergelijke procedure wordt gevoerd met het Europese registratiebureau als officiële partij, maar Merba heeft wel haar zienswijze kunnen indienen. Biscuits Poult stelde zich in dit stadium op het standpunt dat ten onrechte de weergave van de binnenkant van het koekje was uitgesloten (aangezien daarin nou juist de verschillen met oudere modellen zouden zitten) en dat de vulling bij normaal gebruik zichtbaar zou zijn “aangezien dit voortbrengsel bij consumptie wordt gebroken, hetgeen daarvan een normaal gebruik vormt”.

Arrest

Of het breken van een koekje nou wel of niet “normaal gebruik” is van een koekje – ik doe dat zelf in ieder geval niet – doet volgens het Gerecht EU niet ter zake. Sterker nog, het breken lijkt Biscouts Poult nu zelfs “de das om te doen”. In haar arrest van 9 september 2014 oordeelt het Gerecht EU namelijk dat het juist was om vast te stellen dat de vulling “binnenin het koekje onzichtbaar was, aangezien het voortbrengsel moest worden gebroken om de binnenkant ervan zichtbaar te maken, zodat dit kenmerk niet in aanmerking kon worden genomen bij de beoordeling van het eigen karakter”. Dat er hierbij sprake zou zijn van “normaal gebruik” doet daar verder niets aan af. Dat is alleen relevant voor modellen die zijn toegepast in zogenoemde samengestelde voortbrengsels en dat is dit koekje niet. Met betrekking tot het koekje kunnen dus alleen de zichtbare aspecten in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van het eigen karakter. En dat mist het koekje! En dus vervalt het modellenrecht en dus kan Merba daar ook geen inbreuk op maken.

Tip

Met dit voorbeeld wil ik allereerst aangeven dat het zeer handig kan zijn om een model te registreren. U kunt dan andere verbieden daarop inbreuk te maken. Verder blijkt wel uit dit voorbeeld dat het zeker ook de moeite waard kan zijn om serieus te proberen een geregistreerd model in ieder geval ter discussie te stellen in een nietigheidsprocedure. Is er wel voldaan aan de gestelde eisen? Blijft het model wel van kracht? En wordt daarop wel inbreuk gemaakt? Wilt u een model registreren, actie ondernemen op grond van modellenrecht of daar juist verweer tegen voeren, laat u dan in ieder geval adequaat bijstaan.

Voor meer informatie van de in intellectueel eigendomsrecht en modellenrecht gespecialiseerde advocaat van Bernhaege Advocaten, mail naar mvdhazenkamp@bernhaege.nl of bel direct 0413 – 35 22 11.