Minister Hirsch Ballin van Veiligheid en Justitie heeft in september 2009 een wetsvoorstel gedaan voor aanpassing van de incassokosten.

Vooral voor consumenten en kleine bedrijven zijn de hoge kosten voor incasso een doorn in het oog. Het voorstel, gedaan binnen het kader van het armoedebeleid van de regering, is daarom de incassokosten te maximeren voor vorderingen tot € 25.000,-.

Wetsvoorstel buitengerechtelijke incassokosten en huidige situatie

Het voorstel luidt dat er een minimumbedrag van € 40,- komt voor incassohandelingen, zoals het aanleggen van een dossier en het verzenden van een sommatiebrief. De vergoeding voor incassokosten wordt verder berekend als percentage van het verschuldigde bedrag, waarbij het percentage trapsgewijs lager wordt naarmate de vordering hoger wordt. De regeling is van dwingendrechtelijke aard, dat wil zeggen dat partijen voor het vaststellen van de incassokosten voor vorderingen tot € 25.000,- gebonden zijn aan deze rekenwijze. Deze methode biedt rechtszekerheid over de hoogte van de incassokosten en voorkomt conflicten daarover. In de incassopraktijk worden buiten de rechter om diverse berekeningsmethodieken gehanteerd met soms extreme bedragen tot gevolg. Dat kan straks dus niet meer als het aan de minister ligt. In een gerechtelijke procedure is er overigens al sinds een aantal jaren meer standaardisering ontstaan voor toekenning van de buitengerechtelijke incassokosten door het rapport Voorwerk II van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak.

Concreet

In het wetsvoorstel is gekozen voor een systematiek waarbij het maximumpercentage voor incassokosten afloopt naarmate de hoofdsom stijgt. Anders dan de huidige systematiek wordt daarbij een hogere vordering “verdeeld” over de diverse tariefschijven. Het gevolg is doorgaans dat bij hogere vorderingen daardoor een verhoging van het incassotarief plaatsvindt. Echter, de extreme bedragen die nogal eens via een zogenaamd boetebeding in algemene voorwaarden (denk aan energie- en waterbedrijven die ook met afsluiting kunnen dreigen) worden berekend, zijn daarmee van de baan en dat zal vooral de betaler van de kosten van harte toejuichen.

De door de minister voorgestelde incassotabel geeft de volgende percentages en bedragen:

15% over de eerste € 2.500,-
10% over de volgende € 2.500,-
5 % over de volgende € 5.000,-
1% over de volgende € 15.000 tot € 25.000,-

BTW

Een belangrijk verschil met de huidige methodiek is dat in het wetsvoorstel de btw over de incassokosten niet meer van de schuldenaar mag worden gevorderd. Nu is het nog zo dat niet btw-plichtige schuldeisers hun “btw-schade” mogen verhalen op de wanbetaler. Dit om ongelijkheid met de wel btw-plichtige, die immers vooraftrek geniet, te voorkomen. Alhoewel het wetsvoorstel op dat onderdeel de charme van eenvoud en duidelijkheid heeft, komt toch de ongelijkheid om de hoek kijken. Dat lijkt niet redelijk en wenselijk.

Hoe de regeling er uiteindelijk zal gaan uitzien, is afwachten. Opvallend is nog wel dat de incassokosten die de overheid rekent in geval van een openstaande vordering steevast zijn bepaald op 15%, ongeacht de hoogte van de vordering (Besluit Buitengerechtelijke kosten van 25 juni 2009). Met de invoering van het wetsvoorstel zal deze handelwijze ongetwijfeld ook veranderen anders is het meten met twee maten.

Naschrift

Op 27 maart 2012 is het Besluit Buitengerechtelijke kosten gewijzigd, terwijl de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (WIK) met ingang van 1 juli 2012 in werking is getreden. In een artikel zijn de gevolgen hiervan toegelicht.

Voor aanvullende informatie over incasso mail dan naar info@bernhaege.nl of bel direct 0413-352211.