Lijfsdwang in het arbeidsrecht na drie eerdere veroordelingen - Bernhaege Advocaten

Lijfsdwang in het arbeidsrecht is zeldzaam

Het komt zelden voor maar de rechter wees onlangs een verzoek tot lijfsdwang toe. Bij lijfsdwang wordt iemand die zijn verplichtingen niet nakomt, opgesloten totdat aan de verplichting is voldaan. Een werknemer weigerde zich, ondanks drie veroordelingen, te onthouden van negatieve uitlatingen over de voormalig werkgever op het internet. Omdat het maximale bedrag aan dwangsommen was verbeurd (€ 50.000) en beslag op de inboedel geen effect had, werd de gevorderde toepassing van lijfsdwang toegewezen. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is…

Uiteenzetting van de situatie

Wat was de situatie: Werknemer was op 1 augustus 2013 voor de duur van vier maanden bij werkgever in dienst getreden als buitendienstmedewerker. Werkgever heeft op 11 augustus 2013 de samenwerking met werknemer beëindigd.

Op 13 augustus 2013 is door werknemer een filmpje op YouTube gepubliceerd met als titel “Miec Marketing: werknemers misbruikt, salaris bedrog en ander onheil”. Het filmpje bevat de volgende tekst: Zij laten je 52 uren werken maar betalen maar 25 uur! Trap er niet in! Frauduleuze constructies, Vreemde contracten, Werknemers misbruiken, Je uren lang laten lopen zonder pauze! In weer en wind! Terwijl hun tuig managers lekker in de auto zitten Trap er niet in met hun mooie verhaaltjes! Weg blijven van dit tuig!”

Op 13 augustus 2013 zijn soortgelijke berichten geplaatst op de website van Discussie VARA Kassa en op de discussiegroep van de website van Tros Radar.

Dagvaarding bij de Kantonrechter

Werkgever heeft werknemer gedagvaard bij de kantonrechter en gevorderd dat werknemer zijn onrechtmatige handelingen op internet tegen werkgever, haar klanten en opdrachtgevers zal stoppen. De kantonrechter heeft werknemer opgedragen de publicaties over de werkgever, haar personeel, haar opdrachtgevers, haar klanten, haar werkwijze en dergelijke van de website te verwijderen, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 500,- per dag, met een maximum van € 10.000,-.

De werkgever heeft werknemer hierna opnieuw gedagvaard. In deze procedure heeft werkgever weer aan de orde gesteld dat de werknemer op geen enkele wijze zijn medewerking verleent aan het vonnis en dat werknemer zijn onrechtmatige handelingen zelfs had uitgebreid door meer negatieve berichtgeving over werkgever op websites te plaatsen en drie nieuwe websites te activeren waarop negatieve uitlatingen over werkgever worden gedaan.

Nieuw vonnis van rechter

In een nieuw vonnis heeft de rechter de werknemer weer opgedragen zich te onthouden van iedere vorm van negatieve publicatie over de werkgever, haar personeel en medewerkers, haar opdrachtgevers, haar klanten en bepaalt dat werknemer een dwangsom verbeurt van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte van de dag dat hij in strijd handelt met het gebod tot een maximum van € 50.000,00 aan verbeurde dwangsommen is bereikt.

Werknemer heeft vervolgens het maximale bedrag aan dwangsommen verbeurd, waarna de werkgever beslag heeft gelegd op de inboedel van werknemer. Dit betekent dat de inboedel van werknemer wordt verkocht als hij het bedrag niet betaalt.

Schade geleden door werkgever

De werkgever is daarna weer een procedure gestart en gesteld dat de werknemer al een aantal keer is veroordeeld maar dat de werknemer weigert zijn medewerking aan de veroordelingen te geven. De werkgever lijdt door de uitlatingen een enorme reputatieschade en ook financiële schade. De klanten van werkgever ondervinden problemen als gevolg van de publicaties en het veroorzaakt binnen de ondernemingen veel onrust bij de werknemers. Voorts zeggen veel nieuwe sollicitanten af nadat zij de naam van de werkgever hebben gegoogled. Nu de werknemer zijn handelingen niet staakt, vordert werkgever de toepassing van lijfsdwang indien hij zich niet aan de veroordeling houdt.

Uit de door werkgever overgelegde stukken volgt dat werknemer, ondanks de drie vonnissen en de verbeurde dwangsommen, de negatieve uitlatingen niet verwijdert. De kantonrechter overweegt dat toepassing van lijfsdwang slechts aan de orde kan komen als er een ander dwangmiddel niet zal baten. Er is voldoende aanleiding om aan het gevorderde lijfsdwang te verbinden. Vast staat immers dat werknemer geen gehoor heeft gegeven aan de eerdere veroordelingen en dat het opleggen van een dwangsom niet het gewenste effect sorteert.