GeenStijl spande hoger beroep aan tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam over een link van de weblog van GeenStijl naar illegaal geüploade Playboy-foto’s van Britt Dekker. Op 19 november 2013 heeft het Gerechtshof Amsterdam het omstreden vonnis deels teruggedraaid.

Het Hof oordeelde dat GeenStijl door het plaatsen van een bestaande hyperlink de Playboy-foto’s niet zelf openbaar heeft gemaakt. Door het niet plaatsen van de Playboy-foto’s, maar alleen een bestaande hyperlink is er dus in beginsel geen sprake van inbreuk op het auteursrecht.

Wel heeft GeenStijl, zo meende de rechter, haar publiek ‘gefaciliteerd en enthousiast gemaakt’ om de illegaal geplaatste Playboy-foto’s te bekijken. Het arrest luidde daarom als volgt; er is sprake van ‘onrechtmatig handelen’ tegenover Britt Dekker en Playboy.

Voorgeschiedenis

In oktober 2011 plaatste GeenStijl op haar website het bericht “Fucking uitgelekt! Naaktfoto’s Britt Dekker” met een link naar een Australische nieuwswebsite, waarop door een derde de Playboy-foto’s van Britt Dekker online waren gepubliceerd. Dit gebeurde allemaal nog voordat de editie in de winkels lag. Op grond hiervan hebben Sanoma, de uitgever van Playboy, en Britt Dekker een rechtszaak aangespannen tegen GeenStijl. Dit op grond van inbreuk op de auteursrechten en de portretrechten.

De rechtbank te Amsterdam was inderdaad van mening dat er in dit geval door het plaatsen van een hyperlink naar een andere website wel degelijk sprake was van inbreuk op de auteursrechten en portretrechten. GeenStijl is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan.

Een hyperlink is geen “openbaar maken” en interventie

Het gerechtshof neemt in haar beoordeling tot uitgangspunt “dat het internet in zijn huidige vorm een vrij, open en voor een ieder toegankelijk communicatienetwerk is. Degene die een werk op internet plaatst zodanig dat dit toegankelijk is voor publiek (…), is degene die dit werk ter beschikking stelt van het publiek en dus openbaart.

Verwijzing met een hyperlink naar een aldus op een andere locatie openbaar gemaakt werk is niet veel anders dan met een voetnoot in een boek of tijdschriftartikel verwijzen naar een reeds gepubliceerd ander werk. Een zelfstandige manier van openbaar maken of van interventie daarbij is het geven van een hyperlink in dit geval in beginsel niet”.

Verder overweegt het gerechtshof dat niet is vast komen te staan dat de foto’s op de externe site alleen door middel van het gebruik van een bepaalde code konden worden geopend en niet in de zoekresultaten van Google werden meegenomen zodat deze “volmaakt privé” zouden zijn gebleven. Het gerechtshof gaat er vanuit dat de Playboy-foto’s op de website door een derde openbaar zijn gemaakt en dat GeenStijl “hoewel zij de toegang tot de foto’s tot op zekere hoogte heeft gefaciliteerd niet aan het publiek daartoe een nieuw toegangskanaal heeft verschaft en derhalve geen interventie heeft gepleegd” en dat er dus geen sprake was van inbreuk op de auteursrechten en portretrechten door GeenStijl door het plaatsen van de hyperlink.

Echter het gerechtshof heeft wel geoordeeld dat het plaatsen van een uitsnede van één van de Playboy-foto’s uit de reportage van Britt Dekker wel inbreuk maakte op de auteursrechten van Playboy: “In dit geval was de uitsnede bedoeld als een zogenaamde ‘teaser’, dat wil zeggen om de aandacht van het publiek van GeenStijl naar de gehele foto en de andere foto’s te trekken. Het hof beschouwt de uitsnede daarom als een citaat uit de gehele foto”. Omdat volgens het gerechtshof daarbij niet aan de voorwaarden van een rechtmatig citaat was voldaan – zo moet het werk waaruit wordt geciteerd rechtmatig openbaar zijn gemaakt en dat was hier dus niet het geval – levert de openbaarmaking van de uitsnede dus wel inbreuk op auteursrecht op.

Wel onrechtmatig

Omdat, in tegenstelling tot de rechtbank, het gerechtshof het beroep op de auteursrechten en portretrechten voor het grootste gedeelte afwees, moest het gerechtshof de subsidiaire grondslag verder beoordelen: of de handelswijze van GeenStijl, ook indien de Playboy-foto’s door het plaatsen van de hyperlink niet openbaar zijn gemaakt, wel anderszins onrechtmatig heeft gehandeld jegens Sanoma/Playboy en Britt Dekker.

Het gerechtshof overweegt daarover allereerst dat het GeenStijl uiteraard vrij staat te publiceren dat Playboy-foto’s reeds voor publicatie van het blad waren uitgelekt. “Hoewel de in dit geding overgelegde uitingen van GeenStijl niet direct bijdragen tot de overtuiging dat zij op een serieuze manier maatschappelijke misstanden aan de kaak wil stellen, zal het Hof er veronderstellenderwijs vanuit gaan dat dit wel het geval is”.

Echter het gerechtshof is van mening dat niet kan worden aanvaard “dat er een ‘pressing need’ bestond om de hyperlink te plaatsen waardoor het GeenStijl publiek toegang kreeg tot alle foto’s”. GeenStijl handelde daarom onrechtmatig jegens Sanoma/Playboy en Britt Dekker door het GeenStijl publiek te faciliteren en te enthousiasmeren om kennis te nemen van de foto’s waardoor de auteursrechten, portretrechten en de privacy door een derde wel degelijk geschonden zijn.

Juridisch advies

Samengevat bevestigt het gerechtshof hiermee dat het plaatsen van een hyperlink geen inbreuk is op auteursrechten. Mocht de hyperlink verwijzen naar bestanden waarmee een derde wel inbreuk maakt op die auteursrechten, dan kan het plaatsen van zo’n hyperlink weldegelijk onrechtmatig zijn.

Uiteraard zullen alle omstandigheden van het specifieke geval worden meegenomen en is het belangrijk om voor het gebruiken van een verwijzing in de vorm van een hyperlink daarover een zorgvuldige afweging te maken.

Voor meer informatie over het intellectueel eigendomsrecht mail naar info@bernhaege.nl of bel direct 0413-352211.