vader en zoon die naar foto kijken

Het komt vaak voor dat in wat oudere testamenten een ouderlijke boedelverdeling is opgenomen. Dit houdt kortgezegd in dat wanneer een van de ouders overlijdt de gehele nalatenschap aan de langstlevende ouder toekomt. De verzorgingsbehoefte van de langstlevende ouder speelt hierbij een rol. De kinderen krijgen bij overlijden van een van de ouders een vordering op de langstlevende ouder ter grootte van hun erfdeel. De hoofdregel is dat deze vordering pas opeisbaar is bij het overlijden van de langstlevende ouder.

In een testament kunnen uitzonderingen op deze hoofdregel zijn gemaakt bijvoorbeeld voor het geval de langstlevende onder bewind komt te staan, failliet gaat of wanneer de langstlevende hertrouwt in gemeenschap van goederen. Deze uitzonderingen hebben als doel de vorderingen van de kinderen te beschermen wanneer de langstlevende niet meer zelf het vermogen kan beheren. Doet een van deze uitzonderingen zich voor dan kunt u een erfdeel direct opeisen bij de langstlevende ouder.

Uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant: erfdeel opeisbaar na onderbewindstelling

De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 15 juli 20201 geoordeeld over een zaak die wij in behandeling hadden en die ziet op het opeisen van een erfdeel. De vraag die de rechtbank diende te beantwoorden was of door de onderbewindstelling van de moeder van onze cliënte haar erfdeel opeisbaar was geworden. Het antwoord is: ja. De casus en het oordeel van de rechtbank zullen wij hierna toelichten.

De vader van cliënte is overleden in 2017. In zijn testament was een ouderlijke boedelverdeling opgenomen. De erfdelen van de kinderen zouden daardoor pas opeisbaar zijn bij het overlijden van de langstlevende (moeder). In het testament zijn echter een aantal situaties opgenomen waarbij het erfdeel direct opeisbaar is samen met de daarover verschuldigde rente. Een van die situaties is de onderbewindstelling. De moeder van cliënte is kort na het overlijden van vader onder bewind gesteld. De bewindvoerders zijn de broer en zus van cliënte.

Als gevolg van de onderbewindstelling van haar moeder maakte cliënte aanspraak op de uitbetaling van haar erfdeel inclusief de daarover verschuldigde rente. De bewindvoerders wilden echter niet meewerken aan de uitbetaling. Zij stellen onder andere dat het uitbetalen van het erfdeel in strijd zou zijn met de verzorgingsgedachte van het testament.

Verzorgingsgedachte

De rechtbank oordeelt dat de bepalingen in het testament van vader duidelijk zijn. De hoofdregel is dat het erfdeel van de kinderen opeisbaar is bij overlijden van de langstlevende. In dat geval geldt de verzorgingsgedachte. Bij onderbewindstelling wordt op deze hoofdregel een uitzondering gemaakt en is het erfdeel direct opeisbaar. De verzorgingsgedachte wordt in dat geval niet meegewogen. Cliënte had daardoor op grond van het testament een opeisbare vordering die voldaan diende te worden. De Richtlijnen voor de Bewindvoerder – waar bewindvoerders eveneens een beroep op deden – gaan uit van de verzorgingsbehoefte bij het vervroegd uitbetalen van een kindsdeel. In dit geval ging het echter niet om een verzoek tot het vervroegd uitbetalen maar om een verzoek tot uitbetaling van een opeisbaar erfdeel.

Wanneer een erflater wil dat ook in het geval van bijvoorbeeld bewind of curatele zijn vermogen beschikbaar blijft ter voldoening van de kosten van de verzorging van de langstlevende, dan dienen de uitzonderingen voor de opeisbaarheid dus niet in het testament te worden opgenomen

Meer weten over dit onderwerp?

Wilt u meer weten over de opeisbaarheid van een erfdeel? Of heeft u andere vragen over een testament? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact met ons op door te mailen naar info@bernhaege.nl of bel direct 0413 – 35 22 11 voor onze vestiging in Veghel of 0412 – 76 02 27 voor onze vestiging in Oss.


1De uitspraak van Rechtbank Oost-Brabant