Vaak eindigt een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. De werknemer en de werkgever maken dan afspraken over onder meer de ontslagdatum en een eventuele ontslagvergoeding. Deze afspraken worden in een beëindigingsovereenkomst vastgelegd. Behoudt de werknemer aanspraak op de ontslagvergoeding als hij voor de afgesproken einddatum op staande voet wordt ontslagen?

De zaak

Op 29 juli 2009 spreken de werkgever en de werknemer af dat hun arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen met wederzijds goedvinden zal eindigen op 14 augustus 2009. De werknemer zal dan een bruto ontslagvergoeding van ruim € 11.000,- ontvangen. Op 7 augustus 2009 geeft de werkgever de werknemer ontslag op staande voet als gevolg van feiten die op 5 augustus 2009 waren voorgevallen. De werkgever stelt zich op het standpunt dat de werknemer geen recht meer heeft op de ontslagvergoeding, omdat de arbeidsovereenkomst eerder dan 14 augustus 2009 is geëindigd. De werknemer is een andere mening toegedaan en legt de zaak voor aan de kantonrechter in Amsterdam.

Allereerst overweegt de kantonrechter in zijn algemeenheid dat een beëindigingsovereenkomst (gedeeltelijk) kan worden vernietigd als nakoming daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De werkgever beroept zich in deze zaak echter niet op vernietiging, zodat dit de werkgever niet kan baten. De stelling van de werkgever is dat de beëindigingsovereenkomst op zichzelf nog wel geldt, maar dat de bepaling in de beëindigingsovereenkomst betreffende de ontslagvergoeding rechtskracht heeft verloren. De kantonrechter deelt de mening van de werkgever niet. Het betalen van de ontslagvergoeding is namelijk in de beëindigingsovereenkomst niet één-op-één gekoppeld aan het eindigen van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden op 14 augustus 2009. De tekst en de context van de beëindigingsovereenkomst geven geen aanleiding om dit aan te nemen, aldus de kantonrechter. De kantonrechter veroordeelt daarom de werkgever tot betaling van de overeengekomen ontslagvergoeding.

De werkgever doet er verstandig aan om in een beëindigingsovereenkomst te bepalen dat de beëindigingsovereenkomst komt te vervallen en dat de werknemer dus geen rechten meer aan de beëindigingsovereenkomst kan ontlenen, als de arbeidsovereenkomst voor de overeengekomen ontslagdatum om een andere reden eindigt. Die andere reden kan ontslag op staande voet zijn. Maar denk in dit verband bijvoorbeeld ook aan het einde van rechtswege van de arbeidsovereenkomst door het overlijden van de werknemer. Door een dergelijke clausule in de beëindigingsovereenkomst op te nemen, hoeft de werkgever zich ook niet meer op vernietiging te beroepen. Dit is een voordeel, want het blijft afwachten wat een kantonrechter “onaanvaardbaar” vindt.

Voor aanvullende informatie mail dan naar info@bernhaege.nl of bel direct 0413-352211.