Wanneer het verstek niet tijdig wordt gezuiverd dan wijst de rechter over het algemeen de vorderingen van de eiser toe. Dit doet hij in een verstekvonnis dat in de meeste gevallen direct ten uitvoer kan worden gelegd (uitvoerbaar bij voorraad). Maar wat kunt u vervolgens doen tegen het verstekvonnis?

Tegen een verstekvonnis staat geen hoger beroep open. Als gedaagde heeft u wel de mogelijkheid om de zaak te heropenen door een verzetprocedure te starten. Dit kunt u doen door een verzetdagvaarding uit te brengen aan de oorspronkelijke eisende partij. Dit wordt de verzetprocedure genoemd. Een verzetprocedure wordt gevoerd bij de rechter die het verstekvonnis wees en zorgt ervoor dat de kwestie alsnog inhoudelijk wordt behandeld. De verzetdagvaarding wordt daarbij gebruikt om verweer te voeren op de dagvaarding van de eiser. De verzetprocedure heeft geen schorsende werking waardoor een uitvoerbaar bij vonnis verklaard verstekvonnis toch uitgevoerd dient te worden.

Verzettermijn van het verstekvonnis

De termijnen voor het instellen van verzet zijn kort en fataal. Als de dagvaarding één dag te laat wordt uitgebracht dan wordt deze niet meer in behandeling genomen. Het gevolg daarvan is dan dat het verstekvonnis niet meer kan worden aangetast.

De verzettermijn bedraagt vier weken en kan op verschillende momenten gaan lopen:

  1. De verzettermijn begint te lopen vanaf het moment dat het verstekvonnis aan u in persoon is betekend. Dit houdt in dat de gerechtsdeurwaarder het vonnis niet mag afgeven aan een huisgenoot of door middel van een enveloppe in de brievenbus mag doen.
  2. De termijn begint ook te lopen vanaf het moment dat u een daad van bekendheid heeft verricht waaruit blijkt dat u bekend bent met de inhoud van het vonnis. Met een daad van bekendheid wordt bedoeld dat uit een gedraging naar buiten toe blijkt dat u kennis heeft van de inhoud van het vonnis.
  3. Daarnaast begint de verzettermijn te lopen op de dag na het voltooien van de tenuitvoerlegging van het vonnis (executie). Dit hoeft geen volledige executie te zijn.

Verzettermijn bij gedaagde zonder Nederlandse woonplaats

Indien de gedaagde geen woonplaats in Nederland heeft en de woonplaats of werkelijke verblijfplaats buiten Nederland is wel bekend op het moment van betekening of bij de daad van bekendheid dan geldt een verzettermijn van acht weken.

Gevolg van de verzettermijnen

Deze korte termijnen brengen mee dat u binnen deze vier weken niet alleen de verzetdagvaarding op moet (laten) stellen, maar ook dat u het volledige verweer tegen de vordering van de oorspronkelijke eiser moet formuleren. Wanneer het gaat om een verstekvonnis van de kantonrechter dan zou u zelf deze verzetdagvaarding kunnen opstellen. Bij de rechtbank dient de dagvaarding echter door een advocaat opgesteld te worden. Als gevolg daarvan is het belangrijk om snel een advocaat te benaderen zodra u wordt geconfronteerd met een verstekvonnis en de termijnen goed in de gaten te houden. Is de termijn verlopen, dan staat de uitspraak vast.

Heeft u vragen?

Heeft u vragen over de mogelijkheden van verzet of het opstarten van de verzetprocedure? Onze advocaat burgerlijk procesrecht staat u graag te woord.

Bent u woonachtig of is uw bedrijf gevestigd in Veghel, Sint-Oedenrode, Gemeente Meierijstad, Uden, Schijndel, Erp, Gemert, Nistelrode, Beek en Donk of Heeswijk? U kunt dan terecht op onze vestiging in Veghel. U kunt ons op dit kantoor bereiken via +31 413 35 22 11.

Bent u woonachtig of is uw bedrijf gevestigd in Oss, Rosmalen, Berghem, Schaijk, Heesch, Ravenstein of Kerkdriel? Dan is onze dichtstbijzijnde vestiging in Oss. U kunt ons op dit kantoor bereiken op het volgende nummer +31 412 76 02 27.

Neem direct contact op.

Wij adviseren en staan u bij in het geval van juridische kwesties.

Andere expertises van ons kantoor.

Echtscheidingsrecht

De regels die bepalen hoe een echtscheidingsprocedure moet verlopen en aan welke eisen hierbij moet worden voldaan.

Incasso

Het innen van geld of openstaande vorderingen van een schuldenaar, ook wel wanbetaler genoemd.

Verbintenissenrecht

Het gedeelte van het burgerlijk recht dat regels geeft over verbintenissen die mensen met elkaar sluiten, zoals overeenkomsten.